Pencak silat trainen in Indonesië (deel 2)

Trainen in Indonesië is iets waar veel pesilats van dromen en wat een aantal ook doet! In deel 1 schreef ik over trainen in de Padepokan Pencak Silat in Jakarta. In dit deel gaat de reis verder door Java en nemen we een kijkje bij de Pamur, laat kang Cecep zijn geboorteplaats zien en reist hij een stuk met ons mee.

Lees ook deel 1 van de trainingsreis waarin de Jurus Tunggal centraal staat.

Pencak silat in het wild

Mamang neemt ons mee richting Bandung. Voor we Jakarta verlaten maken we een tussenstop bij zijn pencak silat school Pamur (niet te verwarren met onze familiestijl Pamor).

Geboren pesilats

We rijden wat steegjes door en komen uit bij een speelpleintje vol met trainende pesilats. Dit is pencak silat ‘in het wild’. We worden begroet door de dorpsbewoners en krijgen direct plastic bekertjes water (die we nog veel gaan krijgen deze reis). Toevallig zijn er twee andere Nederlanders op bezoek, waarvan er een hier examen doet om in Nederland mogelijk een Pamur-school te openen. We praten wat, maar hebben vooral oog voor de trainende Indonesiërs. Wow, wat een ander niveau is dit. Het is direct duidelijk dat ze pencak silat hier met de paplepel ingegoten krijgen.

Hollandse neuzen

De leerlingen zijn aan het trainen voor een demonstratie en zo krijgen we prachtige schijngevechten (beladiri), groepslopen en hé, de Jurus Tunggal voorgeschoteld. Wat een kracht, lenigheid en souplesse, ook de jongste leerlingen. De jonge leerlingen vinden vooral onze Hollandse neuzen interessant. Het is duidelijk te zien dat wij hen ook vermaken, haha.

Als de les afgelopen is, is het natuurlijk tijd voor een groepsfoto met die Belanda’s en hun gekke neuzen. Maar dan, zo snel als de silat is, zijn ook alle leerlingen weg, wordt de was te drogen gehangen op het pleintje en rijden de buurtkinderen vrolijk rond het droogrek. Alsof er nooit een training is geweest,

Weerzien van kang Cecep

We vervolgen onze reis naar Bandung, onderweg doen we wat sightseeing zoals een bezoek aan de botanische tuin in Bogor. In Bandung gaan we op bezoek bij pak Holidin en ontmoeten we kang Cecep.

We zijn bij pak Holidin om pakken te laten maken voor het Manyang demonstratie-team. In Jakarta hebben we alle gegevens en onze wensen doorgegeven. Zwart pak met bruine batik-vlakken. Bij pak Holidin aangekomen had hij al een pak voor een man en een pak voor een vrouw gereed: In fel-oranje. “Jullie zijn Hollanders toch?”, zij hij. Haha, hij maakt een grapje of… er is iets mis gegaan in de communicatie. Patrick past het pak, het zit goed. Maar de kleur, het is iets té opvallend. Pak Holidin legt uit dat het in Indonesië gebruikelijk is om juist opvallende kleuren te dragen bij demonstraties. Toegegeven, de pakken zijn prachtig, van top-kwaliteit en met mooi, stevig batik. Maar niet de kleur waar wij een heel Manyang-team in willen kleden… Oei, hoe gaan we dit netjes uitleggen. Gelukkig begreep kang Cecep precies wat we wilden en heeft hij een en ander voor ons vertaald. Er worden direct schetsen gemaakt van de pakken en pak Holidin geeft aan dat de 22 pakken over een paar dagen klaar zijn. De twee oranje pakken kopen we evengoed en geven deze later als dank aan Mamang voor hem en zijn vrouw. Mamang is er oprecht blij mee en zeg nou zelf, hem staat het oranje super mooi (zie foto’s).

Terwijl de pakken gemaakt worden, reizen wij verder naar Garut, het dorp waar kang Cecep is opgegroeid en woont. We bezoeken onderweg de vulkaan Tangkuban perahu. We lopen op slippers (!) langs opborrelend zwavel en het is soms serieus heet onder onze voeten. Het pad door het bos naar de vulkaan is overigens ook prachtig. We bezoeken ook nog een natuurlijke warmwaterbron, iets waar ik later spijt van krijg.

Sereniteit

We komen aan in Garut en verblijven in het ouderlijk huis van kang Cecep. Wat is hij in een prachtige omgeving opgegroeid. Groen en fris en vooral: wat een rust en sereniteit. Je ontspant direct door de omgeving. Maar ook door kang Cecep. Wie kang Cecep ziet en spreek weet precies wat ik bedoel. Wat een rustige en vriendelijke man, die oprecht en met aandacht luistert. Ongelofelijk hoe hij transformeert zodra hij pencak silat demonstreert.

Kang Cecep leidt ons rond door zijn dorp. We lopen langs rijstvelden en door jungle-achtig gebied. Zijn zoontje Farish neemt hij mee. Soepel en snel loopt kang Cecep zelfs met Farish op zijn nek over de smalle paden van de sawa’s en klimt hij moeiteloos omhoog tegen heuvels. Wat een beheersing en lenigheid. Het is aan zijn bewegingen te zien dat de roots van pencak silat hier – in Indonesië – liggen. Hij toont onderweg de bananenbomen die ze gebruiken als boks- en trapkussen. Als klap op de vuurpijl komen we bij een waterval (kang Cecep heeft gewoon een waterval in zijn achtertuin). Alsof het niets is klimt hij met zijn zoontje omhoog. Zelfs zonder kind op de schouders doen wij het hem niet na. Chantal doet een dappere poging, maar eindigt met een natpak. We bezoeken ook de basisschool waar kang Cecep les geeft. Als de kinderen worden opgehaald, hebben we veel bekijks van de moeders.

De slang om de boom

Uiteraard gaan we ook trainen met kang Cecep. Maar… ik ben ziek. Waarschijnlijk heb ik iets opgelopen bij de warmwaterbronnen… Ik lig twee dagen te rillen in bed, met een dikke winterjas van kang Cecep’s vader aan. Het hurktoilet is inmiddels ook geen probleem meer voor mij… Ook wat dat betreft wordt lenigheid van kleins af aan geoefend. Maar ik moet en zal trainen, dan maar met een dikke jas en sokken aan. We krijgen golok technieken te leren, zoals ‘de slang die om de boom gaat’. We bouwen het uit met een dubbele golok. Al cadeau krijgen we twee houten oefen goloks van kang Cecep. Later koop ik een dubbele golok van kang Cecep, mas Patrick koopt een kujang.

Demopakken

We blijven een dag langer in Garut dan gepland. De demopakken zijn er namelijk nog niet. Dat is absoluut geen straf, het is hier heerlijk. Echt even bijkomen tussen al dat frisse groen, weg van de drukte. De pakken worden per brommer bezorgd vanuit Bandung, dat is zo’n 135 km! De kleding is top, precies zoals we voor ogen hadden. We passen het en kang Cecep laat zien hoe we het hoofddeksel en de sarongs moeten knopen. Ongelofelijk dat ze in zo’n korte tijd zo veel pakken hebben gemaakt. We krijgen te horen dat er dag en nacht aan gewerkt is. Respect! We dragen de pakken – nu bijna 10 jaar later – nog steeds met veel plezier en dankbaarheid.

Rondreizen

Vanuit Garut maken we nog een trip door Java. Kang Cecep reist tot onze verrassing met ons mee tot en met Yogyakarta. Onze eerste stop is Pangandaran, waar we de Green Canyon willen bezoeken. Onderweg naar Pangandaran is Renske ziek geworden, ze slaapt achterin het busje en ze moet net als ik eerder echt een dag of twee op bed blijven. Geen Green Canyon voor haar. Ik blijf natuurlijk bij haar en oefen de hele dag ‘de slang die om de boom gaat’. Mas Patrick en Chantal gaan met Mamang en kang Cecep naar de Green Canyon. De foto’s zijn in ieder geval erg mooi.

Kunst en cultuur

Yogyakarta vormt samen met Solo (Surakarta) het cultureel centrum van Java. We bezoeken het waterpaleis en de Kraton – het paleis van de sultan, waar we kijken naar traditionele dans en gamelan en lopen over de pasar in Malioboro. In een winkel koop ik een rode kendang (trommel). Volgens kang Cecep een koopje, zeker gezien de kwaliteit. In Nederland vind je het zeker niet voor die prijs. Ik wilde altijd al live-muziek bij onze demo’s en ik wist dat dit een begin was.

Kang Cecep moet weer terug naar Garut. Wat een eer om hem als vriend te hebben, gelukkig ontmoeten we hem later nog in Parijs en natuurlijk in Nederland bij een van de seminars. Wij gaan door naar Solo en bezoeken natuurlijk de Borobudur – het grootste boeddhistische tempelcomplex – en de Prambanan – het grootste Hindoe-tempelcomplex van Indonesië. In een woord: Indrukwekkend!

In Solo bezoeken we de Kraton aldaar. In het museum is een prachtige collectie wapens die we herkennen uit de silat. Bij toeval komen we een les in traditionele dans tegen. Mooi om te zien, de discipline en kundigheid van de jonge meisjes. Net als de pesilats nemen zij dit ook erg serieus en dat is te zien aan de kwaliteit.

In een lokale Padepokan trainen mas Patrick en ik met Mamang een Ganda Beladiri. Hij helpt ons vanuit de Manyang technieken een Ganda te maken. Het is flink zweten in de benauwde ruimte, maar we zijn erg blij met het resultaat. We oefenen in de hotels waar we op Java verblijven gewoon verder met Mamang.

Weddingcrashen

Dan gaan we naar Malang en Lawang. we bezoeken de Pelangi waterval, die na het droge seizoen niet zo breed is, maar wel echt hoog. Worden aan de voet van Gunung Bromo spontaan uitgenodigd op een bruiloft, waar we moéten eten, op de bruid- en bruidegom stoel moéten zitten en lokaal gestookt sterke drank moéten drinken – dat laatste vonden de inmiddels dronken mannen erg grappig… Weddingcrashen blijkt heel gewoon in Indonesië, iedereen is welkom, iedereen eet mee. Als we de Gunung Bromo vóór zonsopgang beklimmen is het helaas bewolkt. De zonsopgang schijnt anders echt spectaculair te zijn. De omgeving is evengoed indrukwekkend, maar we hadden wel wat later op kunnen staan haha.

Ere-gasten bij Tanding

We eindigen onze trip op Java in Banyuwangi. In de avond is er toevallig een groot Tanding toernooi. Het stadion zit bomvol pesilats en wij worden als ere-gasten ontvangen. Enigszins beschaamd zitten we helemaal vooraan de mat bij de VIPS. Het spel is hier ook echt anders dan in Nederland. Wat een hoog niveau!

Na afloop van de wedstrijd is alle aandacht op ons gericht. De kinderen willen graag met ons op de foto en vooral Renske en Chantal zijn weer populair.

Van Banyuwangi maken we de oversteek naar Bali. Het volgende – en laatste deel – gaat volledig over ‘het eiland van de goden’ waar Renske en ik nog vaak terugkeren.

Lees verder in deel 3

Tekst en foto’s zijn eigendom van de auteur en mogen niet gebruikt of verspreid worden zonder toestemming van de eigenaar.

door Mas Richard
Tags:

Reageer

Overige berichten…